Voorgeschreven alarmen (optisch en akoestisch) in de stuurhut

Wikis > Hoofdstuk 7 stuurhuis > Toelichting > Voorgeschreven alarmen (optisch en akoestisch) in de stuurhut

Artikel 7.03

Voorgeschreven alarmen (optisch en akoestisch) in de stuurhut.

Wanneer één van de rode signaallampjes gaat branden moet een akoestisch signaal klinken. Voor de verschillende lampjes kan hetzelfde akoestische alarmsignaal worden gegeven. Het geluidsniveau van dit signaal moet ten minste 3 dB(A) meer bedragen dan het maximaal heersende geluidsniveau ter plaatse van de stuurstelling. Het akoestische signaal moet kunnen worden uitgezet na het constateren van het uitvallen of van de storing. Dit mag geen nadelige invloed hebben op het functioneren van het signaal voor andere storingen. De rode signaallampjes mogen echter pas na het verhelpen van de storing uitgaan. De signalerings- en controle-instrumenten moeten bij het uitvallen van de voeding automatisch op een andere energiebron worden geschakeld.

 

Categorieën:

Toelichting