Bediening motoren, toerenteller

Wikis > Hoofdstuk 7 stuurhuis > Toelichting > Bediening motoren, toerenteller

Artikel 7.04

Bediening motoren, toerenteller .

De bediening en de controle van de voortstuwingsmotoren en van de stuurinrichtingen moet vanaf de stuurstelling mogelijk zijn.

Voortstuwingsmotoren die zijn voorzien van een vanaf de stuurstelling bedienbare koppeling, of die een vanaf de stuurstelling bedienbare verstelbare schroef aandrijven, hoeven slechts in de machinekamer aan- en uitgezet te kunnen worden.

Alleen ROSR: de bediening van elke voortstuwingsmotor moet kunnen geschieden door één enkele hefboom. De hefboom moet volgens een cirkelboog, welke zich bevindt in een verticaal vlak dat nagenoeg evenwijdig is aan de lengte-as van het schip kunnen worden bewogen. Het verplaatsen van deze hefboom in de richting van het voorschip moet het schip vooruit doen varen, terwijl verplaatsing van de hefboom in de richting van het achterschip het schip achteruit doet varen. Aan weerszijde van de nulstand van de hefboom vindt het koppelen of omkeren plaats. In de nulstand moet de hefboom vanzelf blijven staan. De uitvoeringseisen voor het handel zijn, behalve bij schepen geschikt voor de eenmansradarvaart, NVO. Het toerental van motor of schroefas moet aangegeven worden.

 

 

 

 

Categorieën:

Toelichting